FAQ

Is tuberculose een ziekte die weer opkomt?

Tuberculose is een ziekte die al heel lang bestaat. In tegenstelling tot sommige berichten in de media komt de ziekte in België de laatste jaren als maar minder voor. Sinds 2007 registreren we voor het eerst minder dan 10 gevallen per 100.000 inwoners per jaar. Dit was 9,7 in 2009 wat lichtjes hoger is dan het jaar voordien. Tuberculose is geen verdwenen ziekte en komt in België nog dagelijks voor: ongeveer 1.000 nieuwe gevallen per jaar, dat zijn er bijna 3 per dag.  

                          Grafiek 1: evolutie van de incidentie van tuberculose in België 1980 - 2008

Is tuberculose altijd besmettelijk?

Iemand die enkel geïnfecteerd is maar niet ziek, is nooit besmettelijk.
Er is enkel kans op besmettelijkheid bij actieve ziekte.
Het aangetaste longweefsel bevat bacteriën die kunnen opgehoest en verstuifd worden.
Niet iedereen die actieve tuberculose heeft is echter besmettelijk.

De persoon is slechts besmettelijk als er bij onderzoek van zijn opgehoeste fluimen tuberculosebacteriën worden aangetoond. Als deze onmiddellijk onder een microscoop gezien worden dan is de besmettelijkheid relatief groot.
Soms worden er slechts na enkele weken bacteriën aangetoond, na het kweken van de fluimen op cultuurbodems. Dan is de besmettelijkheid lager.

Wanneer de zieke gedurende enkele weken (2 à 3) haar/zijn behandeling goed inneemt, neemt het hoesten af en vermindert de besmettelijkheid drastisch.
De ziekte is nog niet genezen en de medicatie moet verder ingenomen en gecontroleerd worden.
 
Het is dus best mogelijk dat iemand tuberculose heeft en hiervoor medicatie neemt, maar niet besmettelijk is.
 

Hoe kan tuberculose voorkomen worden?

Door het snel opsporen van mensen met een besmettelijke tuberculose en deze zo snel mogelijk goed te behandelen met antibiotica kan overdracht vermeden worden. Bij mensen met verdachte klachten moet daarom zo snel mogelijk een diagnose worden gesteld .

Ook een goede hoesthygiëne helpt besmetting te voorkomen: hoesten met de hand voor de mond met gebruik van een papieren zakdoek en afgewend hoofd.
 
Andere preventieve maatregelen zijn ventilatie en verlichting. Het openen van de ramen zorgt ervoor dat bacteriën wegwaaien en het binnenlaten van zonlicht doodt de bacterie in enkele uren. Onrechtstreeks daglicht doet hier iets langer over.
 
Een besmettelijke persoon wordt soms gedurende een aantal weken opgenomen in een ziekenhuis. De zieke krijgt een aparte kamer waar o.a. een negatieve luchtdruk heerst, de zogenaamde isolatie-kamer. Na twee tot drie weken behandeling is de besmettelijkheid van de zieke meestal zo laag geworden dat de persoon zonder gevaar voor zijn/haar omgeving weer naar huis en aan het werk kan.
 
Soms wordt besloten om de zieke thuis te behandelen van in het begin. Mits het naleven van enkele eenvoudige maatregelen: hoesthygiëne, buiten de dagelijkse contacten of gezinsleden beperkt bezoek, dichtbevolkte ruimten vermijden, contact met baby’s en jonge kinderen vermijden, goed verlichten en verluchten van de ruimten. Soms wordt het dragen van een mondmasker aangeraden.
 
Elke arts en laboratorium in het Vlaamse Gewest is verplicht een geval van tuberculose binnen de 24 u te melden aan Toezicht Volksgezondheid van de Vlaamse Gemeenschap. Rond ieder ontdekt geval kan zo een contactonderzoek georganiseerd worden.
 

Wat is preventieve therapie?

Preventieve therapie is een behandeling met één antibioticum die het risico op de ontwikkeling van actieve tuberculose na een recente besmetting doet dalen met een gemiddelde van 70 tot 80 %.

Indien een tuberculinehuidtest positief is wil dit zeggen dat het lichaam ooit in contact kwam met de tuberculose bacterie. Er wordt dan een foto van de longen genomen om actieve tuberculose en dus afwijkingen in de longen uit te sluiten. Als deze foto geen afwijkingen laat zien, spreken we van een latente (slapende) tuberculose infectie.
 
De persoon heeft geen tuberculose en kan niemand besmetten maar is wel geïnfecteerd met de tuberculose bacterie. Het lichaam maakt afweerstoffen aan om de bacterie te doden of in bedwang te houden. We weten echter nooit met zekerheid of het lichaam daarin zal slagen. Er is een kans van 10% om ooit in het leven ziek te worden.
 
Om de kans nog kleiner te maken dat de ziekte zich ontwikkelt wordt een therapie aangeraden die de bacterie in het lichaam moet doden. Het meest gebruikte medicijn heet isoniazide (INH). Het is belangrijk dat dit medicijn elke dag op een vast tijdstip ingenomen wordt en dat gedurende minstens 6 maanden. Voor de rest is een gezonde leefwijze voldoende en wordt alcoholgebruik afgeraden. Het is belangrijk dat de arts weet welke andere medicijnen er gebruikt worden.
 
De kans op bijwerkingen is klein, al komen bij sommige mensen soms leverfunctiestoornissen voor. Andere mogelijke bijwerkingen zijn:
  • moeheid en prikkelbaarheid
  • hoofdpijn en concentratiestoornissen
  • maag- darmklachten
  • huiduitslag

Gedurende de preventieve behandeling wordt de patiënt regelmatig gecontroleerd door de behandelend arts. Wanneer isoniazide niet verdragen wordt, kan de arts ook een ander geneesmiddel of een combinatie van geneesmiddelen voorschrijven.
 
Niet iedereen komt in aanmerking voor deze preventieve therapie. Het blijft een individuele beslissing van de arts die de patiënt het beste kent en kan inschatten, meestal de huisarts of longarts.

Kan de ziekte ook via objecten, voeding of bestek overgebracht worden?

Een tuberculose-infectie krijgt u niet door:

  • het gebruik van andermans borden, bestek, kledij, boeken, lakens,…
  • handen te schudden
  • seksueel contact (wel gevaarlijk voor andere infectieziekten)
  • contact met bloed (wel gevaarlijk voor andere infectieziekten)
 
De besmetting bij actieve longtuberculose gebeurt hoofdzakelijk via aërogene weg d.w.z. wanneer de patiënt spreekt, lacht, niest en hoest ontstaan er zeer kleine druppeltjes (met daarin de bacterie) die het lichaam verlaten.
De verstuifde druppeltjes die kleiner zijn dan 5 micron (micrometer) blijven in de lucht zweven en kunnen door personen in de omgeving van de patiënt worden ingeademd. Deze verstuiving of aërosol is nodig opdat transmissie kan plaatsvinden.
Grotere speekseldruppels zijn te zwaar, vallen onmiddellijk op de grond en drogen op. Ze worden daar niet ingeademd door iemand anders. Deze partiekels zouden anderzijds toch te groot zijn om in de kleinste longblaasjes terecht te kunnen komen.
 
50% van de ingeademde bacteriën worden uit ons lichaam geweerd (trilharen en slijm aan de binnenkant van de luchtwegen, hoesten...). De overige 50% kunnen wel tot in de longen geraken en daar eventueel een besmetting veroorzaken.
 
Kleine hoeveelheden speeksel van de patiënt kunnen bij het drinken aan een glas blijven kleven. Als een andere persoon van dit glas drinkt komt deze in contact met dit speeksel. Dit wordt echter ingeslikt en niet ingeademd. Het materiaal verdwijnt via de slokdarm naar de maag en komt dus niet in de longen terecht.
Om via gastro-intestinale weg besmet te geraken moet dit speeksel werkelijk massale hoeveelheden tubercelbacillen bevatten, wat vroeger bv. mogelijk was bij het drinken van ongekookte melk van dieren met tuberculose en waar deze melk krioelde van bacillen. Maar dus niet in het speeksel dat aan een glas blijft kleven.
Tegenwoordig wordt melk daarom verplicht gepasteuriseerd en worden koeien gevaccineerd voor en gecontroleerd op de ziekte.

Wat moet ik weten over de medicijnen die ik krijg van de longarts om tuberculose te behandelen ?

U krijgt verschillende medicijnen tegelijkertijd en de totale duur van de behandeling is minimaal 6 maanden. Deze cocktail aan medicijnen dient om de bacteriën zo snel en volledig mogelijk te elimineren. 
Zelfs als al uw klachten verdwenen zijn is het belangrijk om toch de volledige behandeling te voltooien. Bacteriën kunnen zich anders opnieuw gaan vermenigvuldigen en u kan opnieuw ziek worden. Of de bacteriën kunnen zelfs ongevoelig worden aan de antibiotica omdat die niet lang genoeg werden ingenomen. Dit noemen we resistentie. Een moeilijkere en nog langere behandeling is dan nodig.

Kan ik andere mensen besmetten als ik tuberculose heb ?

Indien u besmettelijk bent kan u door hoesten of niezen mensen besmetten die frequent en intens met u in contact zijn (gezin, familie, vrienden, collega’s). Nooit door het gebruik van dezelfde voorwerpen.
U wordt aangeraden om bij het hoesten een papieren zakdoek te gebruiken en uw gezicht af te wenden tijdens het hoesten. De papieren zakdoek wordt onmiddellijk weggegooid. 

Na de eerste 2-3 weken behandeling met antibiotica bent u meestal niet meer besmettelijk.
 
U kan ook een niet-besmettelijke vorm van tuberculose hebben. Dit wordt altijd beslist door uw longarts na verder onderzoek van de fluimen in het ziekenhuis en het laboratorium.

Mag ik nu met iedereen normaal omgaan ?

Als u een longtuberculose heeft bent u in de eerste 2 tot 3 weken van de behandeling nog besmettelijk. Maar toch kan u met uw directe gezinsleden normaal omgaan. En zij met u. Alleen moet u een goede hoesthygiëne hanteren en uw medicatie goed innemen. Er wordt wel aangeraden om in de eerste weken van de behandeling alleen om te gaan met personen die u in de voorgaande periode toch al dagelijks ontmoette.
Contact met baby’s en kinderen en druk bevolkte ruimten worden afgeraden.
Uw longarts kan u meer advies geven.

Moet ik opgenomen worden in een ziekenhuis ?

Afhankelijk van de ernst van de ziekte, de eigen leef- en woonomstandigheden, en de nood aan begeleiding kan een ziekenhuisopname aangewezen zijn.
Soms wordt de behandeling op een ambulante manier opgestart, terwijl u thuis bent mits een aantal in acht te nemen maatregelen: hoesthygiëne, buiten de dagelijkse contacten of gezinsleden beperkt bezoek, dichtbevolkte ruimten vermijden, contact met baby’s en jonge kinderen vermijden, goed verlichten en verluchten van de ruimten. Soms wordt het dragen van een mondmasker aanbevolen.

Wat houdt een contactonderzoek in ?

Elk geval van tuberculose moet door elke arts en elk laboratorium binnen de 24u verplicht gemeld worden. Als er bij iemand een besmettelijke vorm van tuberculose wordt vastgesteld, zal er meestal een contactonderzoek georganiseerd worden. Hierbij wordt gezocht naar personen die eventueel met tuberculose bacteriën zijn geïnfecteerd.  
Wie wel en wie niet onderzocht moet worden gebeurt in samenspraak met ToVo en de patiënt aan de hand van een lijst met namen. Het onderzoek gebeurt aan de hand van een tuberculinehuidtest, een klein prikje in de huid van de voorarm.

Wat is het ringprincipe ?

Via het “ringprincipe” zal eerst een kleine “ring” mensen onderzocht worden, mensen die een heel hechte band hebben en dagelijks in nauw contact staan met de besmettelijke patiënt bvb. gezinsleden,…Als in deze eerste groep besmettingen worden gevonden, zal het onderzoek uitgebreid worden met de volgende “ring” zoals directe collega’s, klasgenoten of goede vrienden, leden van een sportvereniging, een afdeling van een ziekenhuis.
Het kan 2 à 3 maanden duren voor een besmetting kan aangetoond worden. Daarom zal vaak een tweede onderzoek plaatsvinden na 2 à 3 maanden.
Iemand die de patiënt langere tijd niet heeft ontmoet zal maar éénmaal onderzocht worden.

 

Is een tuberculinehuidtest 100 % betrouwbaar ?

Geen enkele test ter wereld is 100% betrouwbaar.

Het doel van het uitvoeren van een tuberculinehuidtest (THT of Mantoux-test) is het opsporen van een recente besmetting met tuberculose. Deze test wordt al zeer lang gebruikt en daarom bestaat er veel ervaring met deze test en veel informatie over de performantie en de eventuele bijwerkingen of contra-indicaties.Het is een erg veilige test die ook gedurende de zwangerschap en borstvoeding kan gebruikt worden.

Toch is de interpretatie van de test in sommige gevallen moeilijk en zal er altijd rekening gehouden moeten worden met de individuele kenmerken van de persoon die de test ondergaat.
 
De interpretatie van een test kan vals positief zijn (dit is een positief testresultaat terwijl er in werkelijkheid geen infectie is). Het risico hiervan is dat de patiënt eventueel een preventieve behandeling zou krijgen die hij eigenlijk niet nodig heeft. Onder voorwaarde dat deze behandeling goed wordt gevolgd door een arts, loopt de patiënt echter geen gezondheidsrisico.
De belangrijkste oorzaken van een vals positieve interpretatie zijn:
 
  • Een besmetting door atypische mycobacteriën. Dit zijn bacteriën die ook in onze streken in bepaalde seizoenen vaak voorkomen. Ze kunnen ontstekingen veroorzaken in de luchtwegen maar zijn over het algemeen niet gevaarlijk voor de gezondheid. Omdat de structuur van deze mycobacteriën veel overeenkomsten vertoont met de structuur van een tuberculosebacterie kan er een reactie ontstaan op de ingespoten tuberculine.
  • Een recente BCG-vaccinatie (minder dan vijf jaar geleden toegediend). Dit is een vaccinatie die in vele landen in de wereld systematisch toegediend werd en soms nog wordt toegediend bij pasgeboren kinderen. Dit vaccin biedt bij kinderen een bescherming tegen ernstige vormen van tuberculose met verspreiding van de ziekte naar de hersenen of andere organen. Dit vaccin biedt echter geen volledige bescherming tegen tuberculose en maakt de interpretatie van de THT moeilijk.
  • Injectie van een te hoge dosis tuberculine
 
De interpretatie van een test kan vals negatief zijn (dit is een negatief resultaat terwijl er in werkelijkheid wel infectie heeft plaatsgevonden). De belangrijkste oorzaken van een vals negatieve interpretatie zijn:
 
  • Een foute toediening (bijvoorbeeld het onderhuids toedienen in plaats van het intradermaal toedienen) of het gebruik van een vervallen of slecht bewaarde tuberculineoplossing.
  • Een test die te kort na een besmetting wordt uitgevoerd. De gevoeligheid voor de tuberculine bouwt zich slechts langzaam op en kan afwezig blijven tot twee maanden na de eigenlijke besmetting met de tuberkelbacil (de bacterie die tuberculose veroorzaakt). Na een recente besmetting is het dus mogelijk dat de test negatief geïnterpreteerd wordt en kan hij dus best herhaald worden na twee maanden.
  • Een onderdrukte weerstand door ziekte of medicatie

    - virale infectie op het ogenblik van de test (griep, varicella, rubella, mononucleose,...)
    - een recente vaccinatie met levende kiemen (mazelen, rubella, bof, varicella, gele koorts,...)
    - een toestand van immunodeficiëntie door ziekte (HIV, kwaadaardige aandoeningen, diabetes mellitus, nierinsufficiëntie), door immunosuppressieve therapie of door ondervoeding
    - hoge (> 65 jaar) of zeer jonge (< 1 jaar) leeftijd
    - heel ernstige vormen van actieve tuberculose, voor of bij het begin van de behandeling

             

 

Zijn er redenen waarom ik geen tuberculinehuidtest (THT) mag uitvoeren ?

Er zijn geen contra-indicaties voor de tuberculinetest: er bestaat geen bezwaar tegen het uitvoeren van de tuberculinetest bij allergische personen, tijdens zwangerschap, borstvoeding en/of tijdens medische behandeling.
Nochtans,

  • Moet een duidelijk positieve test niet meer herhaald worden.
  • Wordt de test tijdelijk uitgesteld tijdens infecties met koorts omdat de interpretatie van de test dan vals negatief kan uitvallen.
  • Bij vaccinatie met levende kiemen (mazelen, rubella, varicella, bof, gele koorts, …) wordt de tuberculinetest best vóór de vaccinatie verricht of uitgesteld tot 4-6 weken nadien, omdat de interpretatie tijdelijk vals negatief kan uitvallen.
  • Bij huiduitslag op de normale plaats van injectie wordt de test elders op dezelfde voorarm of op de andere arm verricht. Bij diffuse dermatosen wordt de test zelfs uitgesteld.
  • Tussen twee THT’s dienen minstens twee maanden te verlopen om vals positieve resultaten die door een mogelijk boostereffect worden veroorzaakt te vermijden.
 
De VRGT gebruikt voor het uitvoeren van een THT een tuberculineoplossing PPD RT23 van het Statens Seruminstitut Kopenhagen die 2 tuberculine-eenheden (IU) per 1/10 ml bevat (dit is het bio-equivalent met 5 eenheden tuberculine PPD Seibert per 10 ml dat wordt gebruikt in de Verenigde Staten van Amerika)

Als men antibiotica neemt mag men dan een THT hebben of is het raadzaam om te wachten tot na de behandeling ?

De antibiotica zelf zijn geen bezwaar voor het zetten of lezen van de THT. Tijdelijke tegenindicaties voor het zetten van de THT zijn:

  • acute febriele toestand of recente vaccinatie met levende kiemen (mazelen, rubella, bof, varicella,gele koorts, ...)
  • huiduitslag op de inentingsplaats

Wanneer is er sprake van een "booster" effect ?

Bij een persoon die lang geleden besmet werd, kan de overgevoeligheid afgezwakt zijn (negatieve of twijfelachtige tuberculine huidreactie). De aldus negatief geworden tuberculine reactie kan terug opgewekt worden door de tuberculinetest na enkele weken of maanden te herhalen met dezelfde hoeveelheid tuberculine (boosterreactie).

Voor de differentiatie tussen een tuberculineomslag door een recente infectie en een boosterreactie moet rekening gehouden worden met andere criteria (recent contact met een besmettingsbron, leeftijd). Soms is het echter moeilijk een recente van een oude infectie te onderscheiden, wat problemen schept voor het al dan niet instellen van een LTBI behandeling. Daarom zijn er in België geen indicaties voor het uitvoeren van deze opeenvolgende tuberculinetests, behalve in geval van contactonderzoek bij bejaarde personen waar de tweede tuberculinetest één tot twee weken na de eerste uitgevoerd wordt (twee-stappen test). Er wordt dan alleen rekening gehouden met het resultaat van de tweede test.
 
Het boostereffect kan ook uitgelokt worden bij een tweede tuberculinetest bij iemand die vroeger met NTM geïnfecteerd werd of met BCG gevaccineerd werd; het kan echter niet uitgelokt worden bij iemand die niet besmet is geweest of geen BCG gekregen heeft, aangezien die persoon nooit positief kan reageren op tuberculine.
Een boostereffect is maximaal als het interval tussen de eerste en de tweede test tussen de 1 en 5 weken is, en is veel minder frekwent als het interval slechts 48u is of meer dan 8 tot 10 weken.

Wat is de aangifteprocedure voor tuberculose?

Tuberculose is een meldingsplichtige infectieziekte. Elke behandelende arts of laboratoriumarts is verplicht binnen 24 uur vanaf het eerste vermoeden de ziekte te melden.

Hoe kan u een aangifte doen?

In Vlaanderen

De melding moet gebeuren aan de arts infectieziektebestrijding van de afdeling Toezicht Volksgezondheid van uw provincie.
Voor meer informatie klik hier.

In Brussel

De melding moet gebeuren aan de gezondheidsinspecteurs van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie.
Voor meer informatie klik hier.

In Wallonië

- online: artsen kunnen zich inschrijven op de website www.sante.cfwb.be en hierna online een aangifte doen

- schriftelijk: Direction générale de la santé-Surveillance santé, Bd léopold ii 44, 1080 Bruxelles

 

Wat is het besmettingsgevaar in de wachtkamer van een VRGT-consultatie?

Tuberculose is besmettelijk, maar die besmettelijkheid is relatief. Deze is bijvoorbeeld veel minder sterk dan bij een griep. Over het algemeen stellen de experts dat een besmetting met de tuberculosebacterie meestal enkel kan gebeuren na intens en frequent contact met een zieke persoon. In de praktijk kan men dit vergelijken met nauw contact van enkele uren in een afgesloten, ongeventileerde en onverlichte ruimte. De wachtkamers van VRGT zijn uitgerust met een speciaal ventilatiesysteem. De kans dat u tijdens een kortstondig verblijf in deze grote, geventileerde en verlichte wachtkamer een besmetting oploopt is zeer klein. Tijdens de expertise van VRGT van meer dan 80 jaar is niet gebleken dat de wachtkamer van een CRG een bron van besmetting is.